wapen van Graauw
Graauw en omgeving

Ontstaan van de polders rondom Zandberg

In 1583 vielen de Noord-Nederlandse of Staatse troepen het tot het koninkrijk Spanje behorende graafschap Vlaanderen binnen. Wat nu Zeeuws-Vlaanderen is, maakte daar deel van uit. Ze vestigden een bruggenhoofd bij Terneuzen.

Drie jaar laten namen ze Axel in en ze begonnen daarmee een steeds grotere dreiging te vormen voor stad en Land van Hulst. Reden om rond de vestingstad versterkingen aan te leggen. Dat gebeurde dan ook hetzelfde jaar nog.

In het ondergelopen gebied ten oosten van de stad werden de forten De Raepe of De Rape en Zandberg aangelegd. Zandberg ligt bij de gelijknamige buurtschap en is nog altijd goed als fort herkenbaar. De Rape ligt een kleine vierhonderd meter de kant van Hulst op, daar waar de Kijkuitstraat de Liniedijk doorsnijdt. Veel is er niet meer van te zien.

De inspanningen waren tevergeefs. In 1591 wist prins Maurits Hulst in te nemen en tussen De Rape en de stad liet hij het Fort Moerschans aanleggen. Dat is nog altijd als zodanig goed herkenbaar.

Ook liet hij een begin maken met een linie van communicatie, tussen de stad en de drie forten. Een laag dijkje met een bedekte -enigszins beschutte- weg erlangs. Pas een echte linie'dijk' werd het toen in 1619 de polder Langendam werd bedijkt.

De verbindingsweg tussen de forten werd nu een zeewerende dijk, wel voorzien van talrijke redoutes: driehoekige bolwerkjes aan de zoute kant.

Het gebied ten oosten ervan stond sinds 1585, toen de zeedijken van de Saeftinghepolders werden doorgestoken, in open verbinding met de Westerschelde. Tot aan de hoger gelegen zandgronden bij Beveren stond nagenoeg het hele gebied onder invloed van het getij.

In het zuidelijk gedeelte werd weliswaar in 1616 de Clingepolder bedijkt, de rest moest voorlopig blijven zoals die was. Een geïnundeerd gebied is toch meestal moeilijker in te nemen dan droog polderland. Na de Vrede van Münster in 1648 leek de oorlogsdreiging wat minder te worden en er mocht weer bedijkt worden: in 1654 de Grote en de Kleine Kieldrechtpolder. In de eerste ligt de weg tussen Clinge en Nieuw-Namen.

Pas in 1784 mocht het gebied grenzend aan fort Zandberg bedijkt worden. De polder kreeg de naam Nieuw-Kieldrecht. Door die bedijking zou het echter niet meer mogelijk zijn het gebied ten oosten van de Liniedijk te inunderen en kon Hulst niet meer door een waterlinie beschermd worden.

Bedijken mocht dan wel, bouwen van een sluis waarlangs de ontwatering kon plaatsvinden ook, maar, die moest zo gebouwd worden dat er ook water ingelaten kon worden. Behalve afwateringssluis moest het ook een inundatiesluis zijn. Om een groter gebied dan alleen de Nieuw-Kieldrechtpolder onder water te zetten, werd het jaar daarop de dijk met de Kleine Kieldrecht weg gegraven. Die begon bij fort Zandberg en liep in nagenoeg zuidelijke richting.

De Grote Kieldrecht was al in het begin van 1700 niet meer gescheiden van de Clingepolder, omdat de tussendijk verwaarloosd was. Het was dus mogelijk vanaf de inundatiesluis een gebied tot tegen de wallen van Hulst onder water te zetten.

De Duitsers hebben daar tijdens de Tweede Wereldoorlog nog gebruik van gemaakt. Wie nu vanaf de dijk bij Zandberg richting Clinge kijkt, ziet één grote polder. In werkelijkheid zijn het er vier.

Om nog even op de zeesluis tevens inundatiesluis terug te komen: als de vijand er zich tijdig meester van weet te maken, lig je eruit. Daarom wordt zo'n kunstwerk altijd beveiligd met een fort. Daar is dat het Boerenmagazijn. Voor een deel is het afgegraven, maar in het hoekige verloop van de dijken is er nog wat van te herkennen. Als de vijand dan ook nog zo vanaf de aansluitende dijk naar de sluis kan wandelen, maak je het hem wel erg gemakkelijk. Daarom de dijk een eindje voor de sluis laten eindigen en in de open ruimte een stenen beer bouwen.

Een hoge stevige, doch niet al te brede muur, van boven daksgewijs eindigend, een zogenaamde ezelsrug. Om daar ongemerkt overheen te komen is niet eenvoudig. De beer is er nog, maar om de weg door te laten lopen is er een dijk tegenaan gelegd.

Na de bedijking van de Van Alsteinpolder in 1852 werd de sluis overbodig en dichtgegooid. Aan het eind van de vorige eeuw werd ze ontgraven en gerestaureerd, een project dat in 2000 kon worden afgesloten.

In de mogelijk te inunderen polders mocht aanvankelijk niet gebouwd worden. Ze moesten echter wel beboerd worden, temeer daar de getijden er een één tot 1.20 meter dik kleipakket op hadden afgezet. De exploitatie van ongeveer 60 hectare bouwland in de Nieuw-Kieldrechtpolder vond plaats vanaf een hoeve in Zandberg.

Op de boerderij van D'Haens aan de Standertmolenstraat stond een schuur met aan de overzijde van de weg het woonhuis. De schuur brandde in 1921 af. De eerste boerderij in de 'nieuwe' polder werd gebouwd in 1914: die van C. van der Ha. In 1921 volgde die van A. van der Ha en pas in 1948 die van P. van Mullem.

De boerderij van D'Haens staat in de Willem-Hendrikspolder die met de Klein-Kieldrecht één waterschap vormde. De Willem-Hendriks is een herdijking binnen het gebied dat de abdij Ter Doest uit Lissewege had nabij Graauw en in de heerlijkheid Saeftinghe.

In 1585 werden na de Val van Antwerpen de dijken doorgestoken. Die bedijking gebeurde in 1645 en kreeg de naam 'Nieuwe Grauw'. In 1682 echter braken de dijken door.

Het Groot en het Klein Gat -dat laatste is tijdens een ruilverkaveling gedempt- en het meest zuidelijke deel van de Graauwse Kreek bij Zandberg zijn daarvan nog de zichtbare tekenen. De herdijking werd snel aangepakt,al in 1687.

Van die gelegenheid werd gebruik gemaakt om de nieuwe dijk meer naar het oosten te leggen, zodat er ruim 130 hectare land bijgewonnen werd. De benodigde specie voor de dijk haalde men van de oude dijk, die westelijk langs de huidige Graauwse Kreek lag en uit wat laaggelegen weilanden daar tussen Zandberg en Graauw.

Wat overbleef was de Graauwse Kreek, een die dus gemaakt is door mensenhanden.

Meestal is het de natuur die dergelijke landschappelijke elementen creëert. Hetzij als overblijfsel van een geul na de bedijking van een stuk schor, dan wel na een dijkdoorbraak.

Die kan veroorzaakt zijn door een stormvloed of -indirect dus ook mensenwerk- na het doorsteken van de dijken.

Met dank aan J. d'Haens te Graauw.

Bron: BN/DeStem 18 november 2008